Welkom bij Goudriaan Juridisch Advies & Mediation.

Telefoonnummer: 0622667701

Wie 'heeft recht op de hond' bij een echtscheiding? 

De toedeling van een huisdier, of de verdeling van de omgang met een huisdier kunnen onderwerp van discussie zijn wanneer partijen uit elkaar gaan. Hoe zit dit precies? 

bron: pixabay.com 

 

Volgens de wet wordt een hond gezien als een roerende zaak. Een hond behoort in juridische zin tot de inboedel. De hond kan dus behoren tot de bezittingen die bij echtscheiding moeten worden verdeeld. Soms komen partijen er samen niet uit om te bepalen voor wie de hond is. Aan de rechter wordt soms gevraagd om een omgangsregeling vast te stellen, net zoals dit voor kinderen kan. Inmiddels is duidelijk dat rechters hier niet aan meewerken. Een omgangsregeling kan niet worden vastgesteld voor dieren. 

Wat wel kan is dat partijen samen een omgangsregeling opnemen in het echtscheidingsconvenant. Wanneer beide partijen een handtekening hebben gezet onder deze afspraken, dan kan men elkaar wel aanspreken op de gemaakte afspraken over de omgang met het huisdier. 

Als partijen er niet samen uitkomen, dan kan de rechter worden gevraagd om een uitspraak. Er kan worden verzocht om de boedel te verdelen -dus om de hond aan een van beide toe te delen- of, als de hond gezamenlijk eigendom blijft, een beheersregeling te treffen. Dat is een regeling voor het gebruik en beheer van goederen. 

Een uitspraak van de rechtbank Arnhem uit 2019 illustreert de belangenafweging die een rechter kan maken. Een vrouw die een echtscheidingsverzoek heeft ingediend vordert verdeling van de inboedel. Zij vordert daarbij ook toedeling aan haar  van twee honden die partijen altijd gezamenlijk hebben gehouden. De vrouw heeft gesteld dat de honden bij haar beter af zijn, omdat de man ze verwaarloost. De man betwist dat hij de honden verwaarloost en stelt dat de vrouw dat niet kan weten. Partijen zijn beiden van mening zijn dat de honden bij elkaar moeten blijven. 

In deze zaak (ECLI:NL:GHARL:2019:6803) heeft de rechter de vrijheid genomen om zelf een billijke verdeling vast te stellen op grond van de wet, rekening houdend met de belangen van beide partijen en het algemeen belang. De rechter motiveert dat met respect voor honden als levende wezens moet worden gekeken. Het is niet aannemelijk geworden dat de man de honden had verwaarloosd of verwaarloosde dan wel dat de vrouw meer belang had bij een verblijf van de honden bij haar dan de man bij een verblijf van de honden bij hem. De honden werden sinds het vertrek van de vrouw uit de echtelijke woning door de man verzorgd. De rechter 

Het hof zal, naar billijkheid rekening houdende met de belangen van partijen en met respect voor de honden als levende wezens, het verzoek van de vrouw om de honden beide aan haar toe te delen net als de rechtbank afwijzen. Het hof zal de honden toedelen aan de man. De man heeft weliswaar geen daartoe strekkend verzoek gedaan, maar dat is gelet op de vrijheid die de verdelingsrechter op voet van artikel 3:185 BW heeft om bij de vaststelling van de verdeling af te wijken van hetgeen partijen hebben verzocht, niet nodig. De man heeft de honden sinds het vertrek van de vrouw uit de echtelijke woning verzorgd. Niet is aannemelijk dat de man de honden heeft verwaarloosd of verwaarloost dan wel dat de vrouw meer belang heeft bij een verblijf van de honden bij haar dan de man bij een verblijf van de honden bij hem. 

Hoewel de hond voor de wet als een 'roerende zaak' wordt beschouwd, verliest de rechter het belang van dierenwelzijn hier niet uit het oog. 

Komt u er samen niet uit met het maken van afspraken over de huisdieren? Neem vrijblijvend Contact op met juriste en MfN-registermediator mr. Valerie Goudriaan.